In mijn lessen Nederlands voor buitenlanders ontmoet ik ook vaak de Nederlandse collega of partner van mijn cursist. En elke keer komt dan dezelfde frustratie ter sprake. Die frustratie is dat de collega of partner van goede wil is om de ander te helpen Nederlands te leren, maar dat dat na een paar pogingen strandt. Collega’s gaan in het dagelijkse werkverkeer weer snel over op het Engels om er zeker van te zijn dat de (vak)inhoud overkomt. En partners vallen terug op het Engels omdat ze merken dat de verhouding docent-cursist niet bevorderlijk is voor de vrede en de rust in een relatie.

 

Toch heeft degene die het Nederlands leert het nodig om te kunnen oefenen.

Een paar uur les per week is goed om grammatica uit te leggen en fouten te corrigeren. Maar het echte verwerven van de taal, het gevoel voor de taal krijgen en je thuis gaan voelen bij een taal, leer je pas door die taal heel veel te gebruiken. En daar heb je een gesprekspartner voor nodig. Dus voor iedereen die gesprekspartner wil zijn voor iemand die Nederlands leert, hier 10 praktische tips:

  1. Zoek een vast moment op de dag waarop jullie Nederlands spreken. Begin met 5 minuten en bouw dit steeds verder uit. Een goed moment is bijvoorbeeld tijdens de lunch.
  2. Spreek langzaam en rustig (stem dit wel af, zodra je gesprekspartner haar ogen ten hemel slaat en gaat zuchten, spreek je t e l a n g z a a m)
  3. Spreek op normaal volume (door hard te gaan praten, wordt een taal niet begrijpelijker)
  4. Slik kleine woordjes niet in als ze belangrijk zijn in de zin. Zeg bijvoorbeeld niet ’t ligt r niet ,maar het (boek) ligt er (daar) niet
  5. Maak je zinnen niet te lang (maar ook hier geldt weer: stem af op je gesprekspartner. Die zal non-verbaal zeker aangeven als je teveel op kleuterniveau praat, terwijl zij echt wel meer aankan)
  6. Herformuleer (je weet niet welke woorden de ander kent). Door te variëren ontdek je welke woorden de ander wel beheerst. Zeg bijvoorbeeld: wat heb je zaterdag gedaan? in plaats van hoe was je weekend? Of gebruik synoniemen, zoalshuis - woning
  7. Beschrijf zaken en wijs concrete dingen aan
  8. Overdrijf niet, veel bedrijven hanteren ook in het Nederlands Engelse termen. Dus blijf gewoon meeting gebruiken en schakel niet over op vergadering of bijeenkomst
  9. Geef het in je rol als luisteraar aan als je de ander niet begrijpt. Vraag om herhaling, zeg dat iets niet duidelijk is en vraag wat de ander bedoelt.
  10. Soms raken mensen gefrustreerd als je ze steeds verbetert, anderen vinden het juist prettig als je ze corrigeert. Stem dit af met je collega of partner.

 

Marion Siemonsma

Ga naar boven